Werken met meerdere disciplines in een BIM project

Werken met meerdere disciplines in een BIM project

Waarom worden BIM modellen uitgewisseld?

In nagenoeg alle bouwprojecten wordt er met verschillende BIM applicaties gewerkt. De modellen van de diverse disciplines bevatten echter informatie die belangrijk kan zijn voor andere disciplines. Om een eenduidige BIM informatie overdracht plaats te laten vinden is er een gemeenschappelijke standaard ontwikkeld die door alle BIM softwareleveranciers wordt ondersteund; IFC.

Over IFC

IFC is een gestandaardiseerd bestandsformaat voor de bouwkolom dat niet gekoppeld is aan een specifieke software en staat voor ‘Industry Foundation Classes’. Het is daardoor mogelijk eenduidig modelinformatie met ander partijen uit te wisselen en te gebruiken waarbij iedereen met software naar eigen keuze kan werken, de software die het best bij een bepaald discipline past.
De IFC definitie wordt beheerd door Building Smart, een consortium van softwareleveranciers, universiteiten, overheidsinstanties en andere bij de bouw het en beheer van gebouwen betrokken partijen. Voor Archicad zorgt GRAPHISOFT dat het pakket steeds voldoet aan de actuele IFC-eisen.
Het idee is een gebouw als virtueel model in zijn geheel / met alle aspecten inzichtelijk te maken en het model over de hele levenscyclus van een gebouw te gebruiken. IFC modellen worden daarom na oplevering ook ingezet voor gebouwbeheer (Facility Management).
IFC is een officiële ISO standaard (International Organization for Standardization). Het streven van Building Smart is daarom ook zoveel standardisatie als mogelijk toe te passen.
IFC bestanden bevatten niet alleen geometrische informatie over modelelementen maar ook informatie over vele andere eigenschappen zoals bouwlagen, ruimte informatie en informatie van bouwelementen zoals  locatie, materialisatie, brandwerendheid, kosten, levensduur enzovoort.

Voordelen

  1. Betreft een standaard methode om het BIM model te beschrijven in informatie en geometrie, waardoor software keuze geen bepalende factor is.
  2. Maakt gebruik van informatie uit een gecentraliseerde bron mogelijk, om zo verschillen in informatie van verschillende partijen te voorkomen.
  3. Eenduidig en snel doorvoeren van revisies in projectinformatie, waarbij gezamenlijk inzicht een kenmerkende factor is.
  4. Overdracht / archief functie voor beheer- en onderhoudspartijen in een gestandaardiseerd neutraal formaat.
IFC is bedoeld om modelinformatie over te dragen. Dit is niet hetzelfde als overdragen van een projectbestand. Opzet van layouts, visualisatie instellingen, bibliotheken en lijstinstellingen behoren tot de projectspecifieke onderdelen en worden daarom niet mee geëxporteerd naar een IFC model. Deze informatie wordt vaak naast IFC modellen in andere universeel uitwisselbare bestandsformaten overgedragen.

Effectief samenwerken met een combinatie model – werken AAN in plaats van IN één model

Elke discipline die aan een project werkt heeft een ander zicht op het totaalmodel. Voor een architect zijn bijvoorbeeld vormgeving, gevelmaterialen en locaties van ruimten van belang terwijl de wapening in een betonnen vloer buiten beschouwing blijft. Voor een constructeur zijn de aspecten waar een architect naar kijkt minder belangrijk. De focus van een constructeur ligt op de constructie, bijvoorbeeld op de wapening in een vloer.

Elk discipline werkt daarom zijn deel van het model (aspectmodel) uit en blijft daar verantwoordelijk voor. Met het aspectmodel voegt elk discipline daarmee zijn deskundigheid in vorm van modelelementen aan een gecombineerd model toe.
De ene partij gebruikt hierbij modellen van een andere partij als onderlegger/referentie in zijn eigen model met als doel het geheel en de consequenties van de eigen bijdrage aan het model te kunnen overzien. Deze referentiemodel-methode maakt het mogelijk de verantwoordelijkheden voor aspecten / onderdelen in het model makkelijk te kunnen scheiden.



Vastleggen van afspraken

Belangrijk voor een succesvol Open BIM project is het maken van afspraken met alle partijen. Er zijn een aantal basisprotocollen waarin projectopbouw, te gebruiken elementen, classificaties, eigenschappen van elementen, modelinhoud en detaillering per fase enzovoort zijn vastgelegd. Veelgebruikte voorbeelden hiervan zijn de BIM Basis ILS (NL) en het Belgisch BIM-protocol (BE)
Het gebruik van deze protocollen binnen Archicad staat uitgelegd in Werkmethodiek BIM basis ILS respectievelijk Uitwisseling in IFC op basis van de Hulpfiche BIM-modelleerafspraken.

Aanvullend hierop kan een IPDP protocol (Integrated Project Delivery Protocol) gebruikt worden waarin aanvullende projectspecifieke afspraken gemaakt kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is te downloaden aan het einde van dit artikel.
In een IPDP protocol worden verantwoordelijkheden en rollen vastgelegd en welke informatie in de verschillende aspectmodellen in welke fase aanwezig moet / mag zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het detailniveau van de modellen per fase, elementdefinities, het gezamenlijke nulpunt enzovoort.


Een BIM project opstarten

Tijdens een Open BIM proces wordt door de verschillende disciplines conform de gemaakte afspraken steeds meer informatie aan zijn/haar  BIM model toegevoegd. Voordat deze informatie door anderen zonder risico toegepast kan worden dient deze getoetst te worden en eventuele issues gerapporteerd te worden.

Voorbeeld van een (vereenvoudigd) projectverloop

  1. Vastleggen van afspraken tussen de projectpartijen
    Hierbij hoort ook het vastleggen van een modelstructuur (verdiepingsinstellingen) en de nulpuntcoördinatie.
    Lees meer over Het nulpunt en deze coördineren binnen Archicad.

  2. Aanleveren van modellen
    Een partij levert een ontwerpmodel middels een IFC model als basis aan (vaak is dit een architect).
    Alle andere partijen gebruiken het aangeleverde model als onderlegger / referentiemodel om hun eigen modelelementen uit te werken.
    Lees meer over Een IFC model exporteren en Een IFC model (als referentie) importeren of openen in Archicad.

  3. Controleren
    Na een eerste fase worden de verschillende aspectmodellen uitgewisseld en van elke partij met hun eigen model vergeleken. Door bijvoorbeeld een model van een ander partij in het eigen model te laden of de modellen in een model viewer te combineren.

    Geavanceerdere toetsingen zijn mogelijk door dit in gespecialiseerde BIM software te doen, zoals bijvoorbeeld Solibri of BIMcollab ZOOM. Hiermee is een uitgebreide analyse en toetsing mogelijk, bijvoorbeeld op doorkruisingen en duplicaten, controle van eigenschappen, ontbrekende elementen, bouwbesluit eisen etc.

  4. Communicatie
    Een toets van alle modellen zal conflicten in het totaalmodel inzichtelijk maken die gecommuniceerd moeten worden.
 Naast de problemen in een vergadering te bespreken is het mogelijk om BCF’s (Building Collaboration File) toe te passen:
    1. Een (of meerdere) partij(en) constateert een of meerdere problemen, selecteert de elementen die met het probleem te maken hebben en maakt een nieuw issue via een BCF Manager aan.
    2. Het BCF bestand wordt opgeslagen en verstuurd naar diegene die verantwoordelijk is voor een oplossing.
    3. De ontvanger opent het BCF-bestand in zijn eigen software en kan met een dubbele klik direct naar het issue inzoomen op de componenten in het eigen model voor snelle verwerking.
    4. Als het probleem is opgelost, meldt de verantwoordelijke via hetzelfde BCF bestand de oplossing door het aangepast BCF bestand met commentaar terug te sturen.

      Om voor alle partijen meer overzicht over alle issues in een project te geven kan aanvullend op de BCF Manager gebruik gemaakt worden van de clouddienst BIMcollab. Hier worden in real-time alle issues van alle partijen verzameld en inzichtelijk gemaakt.
 Meer informatie hierover is te vinden op de website van BIMcollab.

  5. Revisie
    Na een eerste wijzigingsronde worden de modellen opnieuw uitgewisseld om met de laatste stand verder te kunnen werken.
    Met de laatste stap begint zo een nieuwe cyclus / fase in de uitwisseling tot de gewenste kwaliteit is bereikt voor de volgende fase.
    Lees over de mogelijkheden van Revisie Management binnen Archicad.

Iteratief proces - In stappen naar het optimale model

In tegenstelling tot een traditioneel lineair proces die verschillende fases doorloopt en afrond is een BIM project dus een dynamisch proces:
  1. Modelleren
  2. Uitwisselen (IFC)
  3. Samenvoegen / Controleren (Modelchecker)
  4. Constateren
  5. Communiceren / Delegeren (BCF)
  6. Corrigeren (modelleren)
  7. Uitwisselen
  8. Samenvoegen / Controleren
  9. ...

    • Related Articles

    • Starten met een project

      In Archicad kan op vele manieren gewerkt worden. Iedereen kan zijn eigen werkmethodiek ontwikkelen. Dit is makkelijk en geeft flexibiliteit, maar kan ook lastig zijn, omdat er nog geen inzicht is in de voor- en nadelen van de verschillende ...
    • Archief - Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS

      Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS in eerdere versies van Archicad Zie hieronder de bijlagen van de archiefbestanden: 112: AC20-ALG-Uitwisseling in IFC op basis van ILS 112: AC21-ALG-Uitwisseling in IFC op basis van ...
    • Werkmethodiek BIM basis ILS 1.0

      Archief Zie voor eerdere versies van dit artikel: Archief - Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS In het OpenBIM proces wordt steeds vaker gevraagd om ...
    • KeyMemberdag 2018 - BIM tot in uitvoering

      BIM tot in uitvoering Gegeven door Lex Ransijn, zelfstandig ondernemer Zie de presentatie in de bijlage van dit artikel.
    • Archief - BIM basis ILS, handleiding ARCHICAD

      Zie hieronder de bijlage van het archiefbestand: 126: BIM basis ILS, handleiding ARCHICAD ILS IN NATIVE SOFTWARE ARCHICAD 21 Dit artikel geeft aanwijzingen over hoe met ARCHICAD 21 aan de Basis Informatie Levering Specificatie (ILS) kan worden ...