Uitwisseling in IFC op basis van de Hulpfiche BIM-modelleerafspraken

Uitwisseling in IFC op basis van de Hulpfiche BIM-modelleerafspraken

In het OpenBIM proces is het uitwisselen van digitale bouwinformatiemodellen tussen de verschillende projectpartners (aannemers, architecten, … ) een belangrijk aspect. Deze modellen moeten eenvoudig samen te voegen en te coördineren zijn, zodat ze bruikbaar zijn voor alle partijen. Daarom zijn er afspraken nodig over de manier waarop de modellen opgebouwd zijn.
Het WTCB heeft in samenwerking met Cluster BIM een hulpfiche opgesteld om meer uniformiteit in deze modelleerafspraken te brengen. Meer informatie daarover is te vinden op de website van BIMportal.

De Hulpfiche BIM-modelleerafspraken omvat algemene software-neutrale onderwerpen waarover men afspraken dient te maken op projectbasis. Het gaat om zaken op modelniveau en op elementniveau. De door de projectpartners gemaakte afspraken omtrent deze onderwerpen kunnen omschreven worden in het BIM-uitvoeringsplan. Binnenkort zullen het WTCB en Cluster BIM een eerste versie van het Belgische BIM-uitvoeringsplan lanceren, waarin een eerste aanzet gegeven zal worden voor dergelijke afspraken.
Dit artikel beschrijft werkmethodieken en geeft adviezen over hoe dit eenvoudig met Archicad is aan te leveren. Dit artikel is gebaseerd op de BIM-modelleerafspraken versie 2 - juni 2019. Daarnaast is de toelichting gebruikt uit het BIM-uitvoeringsplan - ontwerpversie: juni 2019
Gebruikers die meer informatie willen over IFC in Archicad en processen in OpenBIM kunnen op onze website verschillende artikelen lezen over deze onderwerpen. Zie hiervoor  https://helpcenter.kubusinfo.nl/portal/nl/kb/archicad/uitwisselen/ifc 

Inhoud van de Hulpfiche-kit

Download de Hulpfiche-kit onderin dit artikel. 
De Hulpfiche-kit bevat verschillende Favorieten om snel en correct gevraagde onderdelen te plaatsen, extra properties om informatie toe te voegen en Schedules waarmee de benodigde informatie kan worden aangevuld en gecontroleerd. Om de informatie te kunnen aanleveren in een IFC model dat geschikt is voor BIM-coördinatie of als referentiemodel wordt een Translator met bijbehorende IFC Scheme aangeboden. 

Voorbereiding: Benodigde Classificaties, Schedules, Translator en mapping importeren

Deze stappen zijn nodig voor al langer lopende projecten. Gebruikers van de Archicad 22 KeyMember Editie BE r3 template of nieuwer kunnen deze stappen overslaan. Vanaf Archicad 22 r2 is via File > Info > Project Info in de eigenschap 'Template versienummer’ te controleren met welke template het project gestart is.
 Download de aanvullende Hulpfiche-kit onderin als bijlage van dit artikel. 

Controleer de Classifcaties volgens de onderstaande stappen:

  1. Ga naar Options > Classification Manager.
  2. Controleer als de Classificatie ’ Archicad Classification - NED 2.0’ aanwezig is.
 Dit is de enige die standaard nodig is om een goede export voor de Hulpfiche te maken. Spreekt men af om meerdere coderingen te gebruiken, zorg dan dat de benodigde Classificaties geladen zijn.
  3. Staan de gewenste Classificaties er niet in, voeg deze dan toe volgens de uitleg in ’T&T130: Bestaande projecten of templates omzetten voor de Meetstaat Manager’. De uitleg voor VMSW werkt ook voor andere Classificaties.
  4. Of voeg een nieuwe Classificatie toe met behulp van de info knop (1) in de Classification Manager.
    Deze link geeft toegang tot de downloadpagina van GRAPHISOFT met diverse Classifications om te downloaden en vervolgens te importeren via de importknop (2) in de Classification Manager.

Voeg de Hulpfiche Archicad property toe

Er is één extra Archicad Property toegevoegd om aan de kunnen duiden dat een element ‘Dummy’ is. Deze komt bij de Property Group ‘Algemene eigenschappen’ te staan en is aan alle Classificaties toegekend.
Importeer deze vanuit de kit of stel in volgens onderstaande afbeelding.

Voeg de Hulpfiche Schedules toe aan het model

  1. Ga naar de Scheme Settings via Document > Schedules > Scheme Settings
  2. Kies Import onder aan het scherm.

  3. Importeer alle Hulpfiche Schedules uit de Hulpfiche-kit:  Hulpfiche kit > HF Schedules

Voeg de Hulpfiche Translator toe

  1. Tijdens de IFC export wordt gebruik gemaakt van een translator. Deze regelt hoe de informatie in het model wordt opgeslagen.
  2. Importeer de meegeleverde translator via het menu File > Interoperability > IFC > IFC Translators… .
  3. Klik onder Translators for Export op ‘Import Translators from external file’. 

  4. Ga naar ~GRAPHISOFT > Archicad XX > Defaults > Archicad > Archicad XX BE KME template.tpl
  5. Kies’ Open’
  6. Kies uit de lijst de translator ‘HF - Hulpfiche BIM-modelleerafspraken’ 

Importeer de nieuwe Favorieten

  1. Ga naar het menu Windows > Palettes > Favorites
  2. Klik op het tandwiel (rechtsboven) en kies ‘Import/Export…
  3. Kies ‘Import from Folder’
  4. Klik op ‘Import’
  5. Browse naar de kit
  6. De volgende favorieten zijn toegevoegd bij het Object-gereedschap:
    1. 90 Referentieobject nulpunt
    2. 90 Geolocatie - Surveypoint

Voorbereiding: Lagen controleren

De specificatielijsten (Schedules) zijn gebaseerd op het lagensysteem. Controleer met de lijst HF-3.1 Controle lagen (alle 3D elementen) of elementen op de juiste laag zijn geplaatst. Verplaats elementen waar nodig direct in de Schedule naar de juiste lagen.
Zorg ervoor dat tijdens het modelleren de elementen al op de juiste lagen worden gezet zodat het toevoegen van eigenschappen in een later stadium eenvoudiger wordt. Maak hierbij gebruik van Favorieten. In de favorieten kunnen ook andere eigenschappen zoals Element Classificatie, VMSW codering, etc worden toegevoegd.



Hulpfiche BIM-modelleerafspraken - BIM-uitvoeringsplan 5.4 Modelinhoud

Vanuit het  BIM-uitvoeringsplan is voorgeschreven dat modellen moeten worden opgebouwd volgens de afspraken uit de Hulpfiche BIM-modelleerafspraken. 
Tekst Hulpfiche:
Een belangrijk aspect bij BIM is het uitwisselen van digitale bouwinformatiemodellen tussen de verschillende projectpartners. Opdat deze modellen bruikbaar voor alle partijen en eenvoudig samen te voegen en te coördineren zouden zijn, dienen er afspraken rond hun opbouw gemaakt te worden. 
Deze hulpfiche voor modelleerafspraken omvat algemene, software- neutrale onderwerpen waar men projectspecifieke afspraken rond dient te maken, die beschreven kunnen worden in het BIM-uitvoeringsplan (1). 

(1)  Het Belgische BIM-uitvoeringsplan, dat onder andere een eerste aanzet voor deze modelleerafspraken geeft, zal binnenkort beschikbaar zijn. Bij de lancering van dit document zal er een nieuwe versie van deze hulpfiche verschijnen, met verwijzingen naar de desbetreffende delen uit het BIM-uitvoeringsplan. 
In het  BIM-uitvoeringsplan worden de onderdelen van de Hulpfiche BIM-modelleerafspraken nader besproken en toegelicht.
Projectspecifieke afspraken en aanvullingen op de hulpfiche kunnen zijn opgenomen in het  BIM-uitvoeringsplan en zullen in het algemeen voorrang hebben op de afspraken uit de hulpfiche BIM-modelleerafspraken. Voor dit artikel zijn we uiteraard uitgegaan van de hulpfiche en algemene beschrijvingen en toelichtingen uit het  BIM-uitvoeringsplan.


5.4.1 Hulpfiche - Modelniveau

5.4.1.1 Gemeenschappelijk coördinatensysteem

Tekst Hulpfiche:
Voorzie een gemeenschappelijk nulpunt en een referentieobject in dit nulpunt en voer een nulpuntcontrole uit.
Vanaf de ‘ Archicad 22 BE KME r3 Template’ is hiervoor een favoriet opgenomen: ‘90 Referentieobject nulpunt’. Plaats dit object op het afgesproken nulpunt. In het algemeen zal dit met de rechterbovenhoek gedaan worden, waardoor het object meestal buiten het gebouw zal staan.

5.4.1.2 Geolocatie

Tekst Hulpfiche:
Voorzie een gemeenschappelijk vast punt met een gekende geolocatie en stel het noorden in.
IFC: Gebruik hiervoor de volgende entiteiten: IfcMapConversion en IfcProjectedCRS of IfcSite.
Indien de geolocatie afwijkt van het gekozen nulpunt of als de geolocatie sterk afwijkt van het nulpunt van het model, is het mogelijk om een Survey Point te plaatsen. Vanaf de ‘ Archicad 22 BE KME r3 Template’ is hiervoor een favoriet bij het Object Gereedschap opgenomen: ‘90 Geolocatie - Surveypoint’.
Stel het projectnoorden en de locatie in onder het menu ‘Options > Project Preferences > Project Location…’
Lees meer over de nulpuntcoördinatie van modellen in ‘ Tip & Truc 109 Alternatief projectnulpunt met het Survey Point’.
Noot:
Archicad exporteert de geolocatie op basis van het WGS 84 coördinatenreferentiesysteem. Wordt er een ander coördinatensysteem gebruikt, bijvoorbeeld Lambert, dan zijn ze op deze website om te rekenen: https://epsg.io/transform#s_srs=3812&t_srs=4326.

5.4.1.3 Aslijnen en rasters

Tekst Hulpfiche:
Voorzie een gemeenschappelijk referentieraster. De andere eventuele rasters (hulprasters) verwijzen hiernaar.
IFC: Exporteer rasters naar de entiteit IfcGrid.
In Archicad kunnen de aslijnen en rasters het best getekend worden via het menu Design > Grid System… . 
Dit is een 3D raster en kan naar IFC geëxporteerd worden.

Meer informatie over het modelleren van het grid is te vinden in het materiaal van de basiscursus in het hoofdstuk over annotaties. Zie hiervoor online leermateriaal bij de  Archicad basiscursus

5.4.1.4 Niveaus

Tekst Hulpfiche:
Voorzie gemeenschappelijke hoofdniveaus. De andere eventuele niveaus (hulpniveaus) verwijzen hieraan.
IFC: Exporteer de hoofdniveaus naar de entiteit IfcBuildingStorey (de hulpniveaus niet!).
In Archicad worden hiervoor de ‘Stories’ gebruikt. Stel deze in volgens de afgesproken verdiepingshoogten, standaard is dit in de template zo ingesteld dat dit het niveau van de afgewerkte verdieping is. Maak geen extra tussenverdiepingen aan.
Het nummer van de verdieping in Archicad wordt niet mee geëxporteerd. Moet het nummer wel mee naar IFC, voeg deze dan toe aan de ‘Story Name’. Dus bijvoorbeeld '00 Gelijkvloers’, zie onderstaande afbeelding.

In het  BIM-uitvoeringsplan wordt voor naamgeving van deze hoofdniveaus als volgt geadviseerd: <nummer verdieping>_<relatieve hoogte tov nulpunt>_<omschrijving>. Advies is om de ‘relatieve hoogte tov nulpunt’ niet in de naam op te nemen: bij wijzigen van de hoogtes van de hoofdniveaus moet dan ook de naam worden aangepast met een risico dat er verschil in informatie ontstaat.
De betreffende informatie wordt met een model in IFC meegestuurd en hoeft niet handmatig te worden toegevoegd.

(5.4.1.5 Gabarits / Bouwwerkprofielen)

Dit is geen onderdeel van de hulpfiche. Volg eventuele afspraken uit het BIM-uitvoeringsplan.
Indien er afspraken gemaakt worden, bekijk dan in een vroeg stadium hoe dit in Archicad ingericht kan worden. Bij export naar IFC is het handigst hiervoor zoveel mogelijk 3D elementen te gebruiken, zodat er controles mogelijk zijn.

5.4.1.6 Opdelingsstrategie

Tekst Hulpfiche:
Maak afspraken rond de opdeling van het project in deelmodellen (o.a. in functie van de verantwoordelijkheden) en rond functionele opdelingen.
Houd bij het maken van afspraken rekening met de volgende aandachtspunten:
  1. Ruimtescheidende elementen als wanden, vloeren, daken en ruimtevragende elementen als balken en kolommen zullen altijd nodig zijn in een architectonisch model in functie van de gebruiksmogelijkheden en uitzicht van het gebouw. Tevens kunnen deze dienen als basis/onderlegger voor Stabiliteit en later voor de controle van de verschillende ontwerpmodellen.
  2. Houd goed in de gaten om welke fase het gaat: werk als team steeds van grof naar fijn. In de eerste fasen is vaak het grote geheel belangrijk, richting de uitvoering kunnen deelmodellen zinvoller zijn. 
  3. Bekijk of composieten gebruikt kunnen worden of dat op een bepaald moment opdeling nodig en wat hiervan de consequenties zijn. Zie hiervoor ook de instellingen op Elementniveau.

5.4.1.7 Oppervlakten en volumes van ruimten

Tekst Hulpfiche:
Maak afspraken rond de meetmethoden voor de oppervlakten en de volumes van ruimten.

Plaats hiervoor in het Archicad model zones in de ruimten en/of om het gebouw.
Uitgebreide uitleg over het plaatsen van zones en hoe het oppervlak berekend wordt is te lezen in ’ T&T 116: De werking van het Zone gereedschap’.


5.4.2 Hulpfiche - Elementniveau - Modelleerafspraken

5.4.2.1 Overeenkomstig de bouwkundige functie

Tekst Hulpfiche:
Gebruik de correcte functie voor elementen (bv. vloer als ‘vloer’).
IFC: Exporteer naar correcte entiteiten (bv. IfcSlab). 
In de template van Archicad is dit voor de meeste elementen goed ingesteld voor de classificatie ‘ Archicad Classification NED 2.0’. Aan het einde van deze Tip & Truc is een lijst opgenomen van alle mogelijke entiteiten en waar deze voor bedoeld zijn. 


Met de IFC-translator - Type Mapping wordt dit goed vertaald naar IFC.


Het instellen van de Classificatie kan op de volgende manieren :
  1. Instellingenvenster:
    
Open het tabblad Classification and Properties en kies de gewenste classificatie.


  2. Info Box:


Maak gebruik van de favorieten, zeker bij gereedschappen die voor meerdere type elementen gebruikt kunnen worden, en vul deze ook zelf aan voor veel voorkomende elementen. Hierin is ook de classificatie opgeslagen.
Daarnaast zijn er controle-mogelijkheden opgenomen:
  1. Schedule:
    
Open de Schedules ‘HF-2.1 - Entiteiten’ en controleer de Element Classificatie van de elementen. De Element Classificatie kan in de Schedule worden aangepast.
  2. Graphic Overrides:

    Aanvullend op de Schedule is in de KeyMember template een Graphic Override Combination ‘IFC - Element Classificatie’ opgenomen. Deze Graphic Override Combination laat visueel alle Building Element Proxy (niet gedefinieerde elementen) classificaties zien. Classificeer deze elementen, slechts bij uitzondering is dit niet mogelijk. 
5.4.2.2 Per verdieping
Tekst Hulpfiche:
Modelleer elementen per verdieping indien ze effectief zo gebouwd zullen worden en ken ze aan de juiste verdieping toe. 
Dit is standaard zo ingericht in de Archicad templates.
 Uitzonderingen hierop, zoals bijvoorbeeld een gordijngevel, dienen bepaald te worden in het BIM-uitvoeringsplan.

5.4.2.3 Opdelen van elementen 

Tekst Hulpfiche:
Deel elementen op volgens homogene eigenschappen (functie, uitvoeringsvolgorde ...). 
Afspraken hierover worden vastgelegd in het BIM-uitvoeringsplan. Aandachtspunten bij het opstellen hiervan:
  1. De fase van het project: in de beginfase zullen samengestelde wanden en vloeren (composieten) toereikend zijn, in later fases is soms verdere opdeling gewenst.
  2. Wat is de toegevoegde waarde van het opdelen voor de verschillende partners. Mogelijk wordt de losse delen ook al aangeleverd door andere partijen zoals leveranciers en hoeven deze niet door de architect geleverd te worden.
  3. Mochten er toch losse onderdelen gevraagd worden, bedenk dat dit grote consequenties kan hebben voor het uitwerken. Lees hiervoor ook ’T&T 113 - Een Archicad model als losse onderdelen naar IFC exporteren’ voor zowel inzicht in de verschillende mogelijkheden als hoe deze verder uitgevoerd kunnen worden.

5.4.2.4 Wijzigen in plaats van verwijderen 

Tekst Hulpfiche:
Wijzig het element (indien mogelijk) bij een gewenste aanpassing zonder functiewijziging, in plaats van het te verwijderen. Zo blijft dit element identificeerbaar en traceerbaar. 
Aan elk modelelement hangt een unieke code, een GUID. Middels deze code kunnen elementen eenduidig geïdentificeerd worden. Nieuwe elementen krijgen een nieuwe GUID waardoor een verwijderd element niet meer gevonden kan worden, waardoor controleprogramma’s en BCF-communicatie minder efficiënt werken.
Waar mogelijk worden elementen bij een gewenste aanpassing zonder functiewijziging daarom gewijzigd in plaats van vervangen. Zo blijft het element via de GUID identificeerbaar en traceerbaar.

Gaat het om het opsplitsen van composieten (zie 5.4.2.3), spreek dan af welke deel de oorspronkelijk GUID behoudt. Advies is om dit voor het dragende deel te doen.
Maak gebruik van Find&Select om snel soortgelijke elementen te vinden en zo gezamenlijk aan te passen. Sla de selectiefilters op om te kunnen hergebruiken.
Gaat het om elementen van verschillende gereedschappen gebruik dan de functie ‘Edit Selection Set’. 
Besef dat alleen de gewijzigde parameter of eigenschap wordt aangepast en dat alle andere eigenschappen blijven zoals ze waren: verschillende elementen kunnen dus gelijktijdig aangepast worden.

(5.4.2.5 Groeperen van elementen)

Dit staat niet in de Hulpfiche vermeld. 
Tekst  BIM-uitvoeringsplan:
Elementen verwijzen waar mogelijk naar types, die elementen met gelijke eigenschappen groeperen. Daarnaast kunnen elementen ook gebundeld worden als groep of systeem, om hun onderlinge band aan te geven.
Tekst  BIM-uitvoeringsplan:
Elementen kunnen gebundeld worden om hun onderling verband of samenhang aan te duiden. Bijvoorbeeld een groep lokalen horende bij dezelfde brandcompartimentering.
IFC: Bij de uitwisseling via het IFC-bestandsformaat kan hierbij gebruik gemaakt worden van klassen zoals IfcGroup, IfcZone of IfcSystem.
Deze vorm van groeperen kan in Archicad gedaan worden in de IFC Project Manager.
Meer informatie over het groeperen van elementen via de IFC Project Manager is in het Archicad Helpcenter te vinden: https://helpcenter.graphisoft.com/user-guide/77309/ 

5.4.2.6 Intersecties

Tekst Hulpfiche:
Vermijd dubbele elementen of intersecties van elementen. 
Binnen Archicad zijn er de volgende mogelijkheden om dit te controleren:
  1. Visueel: in doorsneden vallen bij overlap lijnen weg in gevels en 3D ontstaan vaak extra lijnen.
  2. De add-on ‘Check Duplicates Tool’. Hiermee kunnen exacte kopieën gevonden en verwijderd worden. Het origineel zal door Archicad behouden blijven. Deze functie is onderdeel van de Goodies en die zijn te downloaden via het menu Help > Archicad Downloads of deze link: https://www.graphisoft.com/downloads/goodies/AC22/NED.html
 Meer informatie over de werking staat hier: https://helpcenter.graphisoft.com/knowledgebase/64529/?_ga=2.220978648.1375714063.1551790398-1577325993.1437727851
  3. De clash-functie in het menu Design> Collision Detection…. Hierbij kunnen 2 groepen van elementen ingesteld worden die met elkaar vergeleken worden. 



Buiten Archicad zijn er diverse programma’s die die meer of minder automatisch kunnen controleren zoals:

Indien bij de modelcontrole aan te passen elementen gevonden worden, kunnen vanuit deze pakketten issues aangemaakt worden die in Archicad ingelezen kunnen worden om daarna het model aan te passen. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van de BCF Manager (gratis) die voor diverse software pakketten beschikbaar is.
Download de BCF Manager voor Archicad hier: https://www.bimcollab.com/en/Support/Support/Downloads/archicad.

5.4.2.7 Sparingen en openingen 

Tekst Hulpfiche:
Gebruik sparingscomponenten zodat sparingen telbaar zouden zijn en beheerd kunnen worden. 
IFC: Exporteer naar de entiteit IfcBuildingElementProxy, met ObjectType = “ProvisionForVoid” . 
In de KM bibliotheek van Archicad zijn hiervoor speciale elementen en favorieten opgenomen:
  1. Sparing recht horizontaal USO
  2. Sparing recht verticaal USO
  3. Sparing rond horizontaal USO
  4. Sparing rond verticaal USO

     
Plaats deze elementen op een aparte laag (30 Sparingen), zodat ze later ook eenvoudig apart te exporteren zijn. In de template is hiervoor reeds een view opgenomen: HF-2.7 Model Sparingen.
Controle kan gedaan worden met dit model en met de Schedule ‘HF-2.7 Sparingen en openingen’
In ’ T&T 120: Sparingen conform Uniforme SparingsOpgave in een model’, is meer achtergrond informatie te vinden.

5.4.2.8 Toestand van elementen 

Tekst Hulpfiche:
Maak afspraken over het toewijzen van verschillende toestanden (nieuwe toestand, bestaande toestand, afbraak ...) aan elementen.
IFC: Exporteer naar de eigenschap Status bij de Property Set van de entiteit. 
In Archicad kan hiervoor de Renovatie Tool gebruikt worden. Meer informatie hierover is te vinden in het online cursusmateriaal: https://www.kubusinfo.nl/Support/archicad/online-leren/cursusmodules/Renovatie-en-herbestemming

Moet er ook andere toestanden, bijvoorbeeld fasering, aangebracht worden, dan kan gebruik gemaakt worden van de properties. In de template zijn hier al voorbeelden voor opgenomen. Lees 'T&T 105: Gebruikmaken van Archicad Properties’ voor meer informatie hierover.

5.4.2.9 Indicatieve elementen (‘dummy’) 

Tekst Hulpfiche:
Maak afspraken rond de aanduiding van indicatieve elementen (dummy-elementen).
Dit item is gerelateerd aan ‘5.4.1.6 Opdelingsstrategie’. 
Indien het gewenst is om elementen als ‘Dummy’ aan te duiden, dan kan hiervoor gebruik gemaakt worden van Archicad properties. Vanaf de Archicad 22 KeyMember Editie BE template r3 is hiervoor een Archicad property opgenomen.


Ter controle van deze ‘Dummies’ is een Graphic Override Combination opgenomen die is gekoppeld aan de View: HF-2.9 Indicatieve elementen, waarin de status visueel zichtbaar wordt.
In de praktijk is het niet altijd zo dat slechts één partij compleet verantwoordelijk is voor een element. Beter is dan in het  BIM-uitvoeringsplan af te spreken welk model voor welk aspect leidend is en/of welk ontwerpmodel voor de uitvoerende partijen als referentie gebruikt kan worden.
Bijvoorbeeld bij prefab betonwanden: de ingenieur stabiliteit zal verantwoordelijk zijn voor de het constructieve deel, de architect kan verantwoordelijk zijn voor de vorm of locatie namens de opdrachtgever die bepaalde eisen stelt aan de afwerking. De kracht van BIM-modellen is dat wanneer alle betrokken partijen deze elementen in hun model opnemen, er via controle software automatisch verschillen gevonden kunnen worden, waarvoor dan een oplossing gezocht kan worden. Met het uitsluiten van Dummy Elementen bij deze controles ontbreekt deze kracht. Indien de fabrikant van de prefab betonwanden ook een BIM-model maakt, moet afgesproken worden welk model voor hem leidend is. Het is evident dat het stabiliteitsmodel wordt gebruikt in dit voorbeeld.


5.4.3 Hulpfiche - Elementniveau - Vereiste informatie

5.4.3.1 Identificatie van elementen 

Tekst Hulpfiche:
Gebruik een gemeenschappelijk classificatiesysteem, naamgeving en/of nummering en het juiste type voor elementen. IFC: Maak gebruik van correcte Attributes, Property Sets en Classification. 

In Archicad zijn een aantal Classificatiesystemen opgenomen, waarvoor ook de benodigde IFC-translators zijn opgenomen. Dit zijn:
  1. Archicad Classification - NED 2.0
  2. BB/SfB (3/4 cijfers) - 1990
  3. VMSW - 2015
Het toevoegen van andere Classificaties is mogelijk via het menu ‘Options > Classification Manager…’. Advies is daarnaast altijd de ‘ Archicad Classification - NED 2.0’ te gebruiken, zodat voor de export naar IFC niet een extra mapping tabel (Waarin de onderdelen van de Archicad-classificatie gekoppeld worden aan een IFC-classificatie) gemaakt hoeft te worden. Is dit toch de bedoeling, lees dan meer informatie hierover in ’ T&T 096: Het aanmaken en instellen van een IFC Translator’.
Zelf aangemaakte classificaties kunnen worden geëxporteerd naar andere Archicad bestanden. Uitgebreidere informatie daarover staat in ’T&T 098: Archicad model vullen met informatie benodigd voor de IFC export’.
Indien ook een nummering per (gelijk) element gewenst is, kan hiervoor het ID gebruikt worden.


In de template zijn hiervoor de volgende hulpmiddelen opgenomen:
  1. Alle Tools en favorieten hebben een basis ID in de vorm van ‘Element type - x’. Is dit niet de gewenste benaming, pas deze dan in de template en/of favorieten aan. De waarde ‘x’ kan het best pas aangepast worden als dit relevant wordt. 
Archicad kan elementen ook automatisch doornummeren door de ‘x’ te vervangen door een getal, bijvoorbeeld ‘001’. Echter zal hierin door verwijderen en kopiëren in de ontwerpfase vervuiling optreden: dubbelingen en ontbrekende waarden. Beter is dit later te doen met onderstaande werkmethoden uit de template.
  1. Werkmethodiek voor de ramen- en deurenstaten om gelijke ramen en deuren eenzelfde ID te kunnen geven. Deze methodiek staat verder uitgelegd in ’T&T 043: Ramen- en deurenstaten maken (met KeyMember Editie)’.

  2. De Schedules HF-3.1 - Naamgeving controleert de namen van de elementen. De naam (het ID) van de elementen is door middel van automatische Mapping gekoppeld aan de IFC parameter IfcName (kolom Naam in IFC). Naast het ID wordt in de naam de Element Classificatie en de lagencodering meegenomen. De naamgeving conform de Hulpfiche werkt op basis van de meegeleverde HF Scheme. Deze scheme moet tijdens het werken in de Schedules en tijdens de export geladen zijn.
Omdat de naamgeving van ramen en deuren gekoppeld is aan de laag van de wanden dient de codering hierin handmatig aangepast te worden in de kolom ‘HF-3.1 Naam in IFC’. De ramen en deuren vormen een uitzondering bij het aanpassen in deze kolom. Voor alle andere elementen geldt dat de laag waarin het element staat aangepast moet worden.

Zet ‘Merge Uniform’ Items UIT wanneer voor elk element een uniek ID wordt gekozen. Het gebruik van de in het menu Document te vinden ‘Element ID manager’ is dan een goed alternatief. 

5.4.3.2 Materiaal

Tekst Hulpfiche:
Voorzie de elementen van een materiaalbeschrijving. 
IFC: Exporteer naar equivalente entiteiten zoals IfcMaterial, IfcMaterialLayer, IfcMaterialList ... 
Archicad maakt gebruik van Building Materials voor de meeste 3D elementen. Voor bibliotheekobjecten zoals ramen, deuren en dergelijke gebeurt dit op basis van de arceringen (Fills).
Materialisatie van ramen, deuren
De Schedules ‘HF-3.2 Materiaal deuren’ en ‘HF-3.2 Materiaal ramen’ lijst alle materialen van ramen en deuren op. De hier getoonde benamingen van de gebruikte Fills worden in IFC als materiaalnaam gebruikt maar dan zonder Archicad cijfercodering.
In de bijbehorende HF Scheme is reeds een Mapping voorbereid die deze benamingen juist omzet. Hiervoor zijn geen extra handelingen nodig. Na de export is de materialisering van alle onderdelen in het IFC model onder de Property Set Material te vinden.

Bij ramen en deuren worden ook de arceringen van aanvullende elementen zoals zonwering en lateien mee geëxporteerd naar IFC, ongeacht of deze wel of niet gebruikt worden. In de Schedule is aangegeven of deze aan of uit staat. Om geen ongewenste informatie mee te sturen wordt bij niet gebruikte onderdelen het materiaal n.v.t. gebruikt. Wanneer een materiaal aangepast moet worden zal het onderdeel eerst (via de Schedule) aangezet moeten worden.:
  1. Open de Schedule
  2. Loop de lijst door
  3. Zet een onderdeel AAN om de gebruikte arcering te wijzigen
  4. Zet deze ook weer UIT wanneer het niet in het model aanwezig moet zijn.
Materialisatie van bibliotheek elementen
Voor trappen, vliesgevels en andere bibliotheekelementen geldt hetzelfde als voor ramen en deuren: De in objecten gebruikte arceringen worden in IFC als materialisatie weergegeven. Omdat deze instellingen in de verschillende objecten in diverse parameters te vinden zijn is er geen extra Schedule toegevoegd.
Stel deze objecten direct via de parameters in of maak eigen Schedules hiervoor aan waarin de parameters in te stellen zijn. Lees hiervoor Tip & Truc 029 Schedules maken.

Materialisatie van 3D elementen
De Schedule ‘HF-3.2 Materiaal (3D elementen)’ lijst alle 3D elementen op met uitzondering van ramen en deuren. Wijzig naar wens de gebruikte Building Material, Composite, Profile of Fill van de onderdelen. Wees ervan bewust dat wanneer een ander materiaal gekozen wordt dit ook invloed kan hebben op de aansluitingen van de elementen. 
  1. Open de Schedule ‘HF-3.2 Materiaal (3D elementen)’. 
  2. Wijzig in de Schedule de gebruikte materialisering.
  3. Loop in het model de verbindingen tussen elementen na.
Indien de benaming van in het model toegepaste Building Materials niet correct is, kan in Schedules geen andere naam ingevuld worden. Een andere naam is in te vullen in de Building Material Settings waar bijvoorbeeld ook een VSMW code aan de naam toegevoegd kan worden.
Open het 3D venster en selecteer alle onderdelen van het model. Open vervolgens de Building Material Settings en sorteer de lijst op ’in gebruik’.

5.4.3.3 - 5.4.3.5 Gewenste informatie

Tekst Hulpfiche:
Maak afspraken rond de te verwachten LOD-niveaus en voorzie de gewenste attributen bij de elementen. 
IFC: Gebruik zo veel mogelijk de standaardeigenschappen (Property Sets). 
De afspraken worden omtrent LOD per fase zijn vastgelegd in het BIM protocol hoofdstuk 5.1. Een nadere uitwerking staat in het  BIM-uitvoeringsplan. 

In de template van Archicad zijn een aantal voorbeelden opgenomen zoals de draagfunctie en de brandwerendheid, inclusief de mogelijkheid om deze in te stellen en grafisch te controleren middels Graphic Overrides (GO) en/of Schedules. Zie onderstaande voorbeelden. Meer uitleg over het aanmaken van eigen properties is te vinden in ‘ T&T 105 Gebruik maken van Archicad Properties’.

Draagfunctie (HF-3.3) en positie (HF-3.3)
De Schedules ‘HF-3.3 Draagfunctie - Positie’ tonen de desbetreffende eigenschappen van modelelementen.
Controleer de draagstructuur en positie van de elementen en pas deze eventueel aan. 
Aanvullend op de Schedule zijn in de KeyMember templates de Graphic Override Combinations ‘RUW’ en ‘IFC - Positie’ opgenomen. Deze Graphic Override Combinations laten visueel een overzicht zien van de dragende (load-bearing) en niet-dragende elementen (non-load-bearing) en respectievelijk van de buitenschil (Exterior) en interne elementen (Interior). 
Indien het een element betreft dat geen onderdeel uitmaakt van het gebouw zoals een terrein is het mogelijk om de definitie op Undefined te zetten.
      
Brandwering (HF-3.3)
In de Schedules ‘HF-3.3 Brandwerendheid …’ wordt deze eigenschap getoond volgens de Archicad properties.




Controleer de ingestelde brandwerendheid van de elementen en pas deze eventueel aan. 
Aanvullend op de Schedule is in de KeyMember templates een Graphic Override Combination ‘BRA - Brandwerendheid’ opgenomen. Deze Graphic Override Combination laat visueel een overzicht zien van de ingestelde brandwerendheid. (op basis van Archicad Property)
Indien het een element betreft dat geen onderdeel hiervan uitmaakt is het mogelijk om de definitie op n.v.t. of geen te zetten.

5.4.4 Hoeveelheden berekenen 

Tekst Hulpfiche:
Maak afspraken rond het berekenen van hoeveelheden van de elementen aan de hand van bouwinformatiemodellen. IFC: Gebruik zoveel mogelijk de standaardhoeveelheden (Quantity Sets). 
De translator staat zo ingesteld dat de hoeveelheden (Base quantities en Component quantities) van elementen automatisch worden meegestuurd naar IFC. Meer informatie daarover is te vinden bij Building Smart; IFC 4.1 Official
Aanvullende hoeveelheden conform de gemaakte afspraken kunnen indien nodig aan een Property Mapping Scheme toegevoegd worden.

HF- Export naar IFC

Stap 1 - Het model voor de export voorbereiden

Voordat het model naar IFC geëxporteerd kan worden zijn enkele handelingen nodig om aan de HF te voldoen.
  1. Controleer de ingestelde eigenschappen. Hiervoor zijn de Schedules onder View Map > Algemene werkmethoden > IFC Uitwisseling / Hulpfiche BIM-modelleerafspraken (T&T 133)> Hulpfiche - Export naar IFC> Controle te gebruiken.  
Stel hiervoor de Translator ‘HF - Hulpfiche BIM-modelleerafspraken’ in als Preview bij File> Interoperability> IFC > IFC Translators. (De ingestelde translator is herkenbaar aan het Archicad symbool). Dit laat de IFC eigenschappen zien in de IFC Manager, de Schedules en de IFC eigenschappen onderin bij het tabblad Classifications and Properties in de instellingen. 

  2. Indien onder 5.4.1.2 Geolocatie afspraken gemaakt zijn over een afwijkend nulpunt ten opzichte van het nulpunt in het te exporteren model , is het mogelijk om een Survey Point te plaatsen. In de translator instellingen moet dan vóór de export ingesteld worden dat een Survey Point in plaats van het Archicad nulpunt als nulpunt gebruikt moet worden.
Lees meer over de nulpuntcoördinatie van modellen in Tip & Truc 109 Alternatief projectnulpunt met het Survey Point.
  3. Zorg ervoor dat alle te exporteren elementen zichtbaar zijn en maak hiervoor laagcombinaties aan. Viewsets zijn aanwezig in de Archicad template in de View Map > Algemene werkmethoden > IFC Uitwisseling / Hulpfiche BIM-modelleerafspraken (T&T 133)> Hulpfiche - Export naar IFC.
  4. Stel alle modelfilters in en sla hiervan views op. Dit zorgt voor een consistente export in latere fases. Maak voor het exporteren eventueel een Publisher Set aan om de export te versnellen. PublisherSet op basis van de Viewset zijn aanwezig in de Publisher Set> 03 IFC uitwisseling.

Stap 2 - Het model exporteren

Publiceer de Publisher Set of kies in het menu File > Save as… . In het volgende dialoogvenster kan nog een Model Filter gekozen worden en een Translator. Kies voor de Translator ‘HF - Hulpfiche BIM-modelleerafspraken’.
 Voor meer informatie over de instellingen van een IFC Translator lees T&T 096: Het instellen van een IFC Translator.
Kies een bestandsnaam conform de gemaakte afspraken of leg dit vast in de Publisher Set voor het publiceren van het model en sla het bestand op.

Stap 3 - IFC controleren

Controleer het IFC model in een IFC viewer zoals BIMcollab Zoom of Solibri Anywhere.


Verwijzigingen

In de bijlage van dit artikel wordt verwezen naar een aantal Tips & Trucs en andere informatie, hieronder zijn de links naar deze informatie te vinden:
  1. Building Smart IFC 4.1 Official
  2. Lijst van Entiteiten
  3. Tip & Truc 029 Schedules maken
  4. Tip & Truc 043: Ramen- en deurenstaten maken (met KeyMember Editie)
  5. Tip & Truc 096: Het aanmaken en instellen van een IFC Translator
  6. Tip & Truc 098: IFC informatie koppelen aan modelelementen
  7. Tip & Truc 105: Gebruik maken van Archicad Properties
  8. Tip & Truc 109: Alternatief projectnulpunt met het Survey Point
  9. Tip & Truc 113: Een Archicad model als losse onderdelen naar IFC exporteren
  10. Tip & Truc 116: De werking van het Zone-gereedschap
  11. Tip & Truc 120: Sparingen conform Uniforme Sparings Opgave in een model
  12. Tip & Truc 130: Bestaande projecten of templates omzetten voor de Meetstaat Manager
  13. Archicad basiscursus
  14. Cursusmodule Renovatie-en-herbestemming
  15. BIMcollab Zoom
  16. Solibri Office Trial
  17. Solibri Anywhere (voorheen Solibri Model Viewer)

    • Related Articles

    • Archief - Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS

      Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS in eerdere versies van Archicad Zie hieronder de bijlagen van de archiefbestanden: 112: AC20-ALG-Uitwisseling in IFC op basis van ILS 112: AC21-ALG-Uitwisseling in IFC op basis van ...
    • Werkmethodiek BIM basis ILS 1.0

      Archief Zie voor eerdere versies van dit artikel: Archief - Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS Werkmethodiek uitwisseling van een model op basis van BIM basis ILS In het OpenBIM proces wordt steeds vaker gevraagd om ...
    • Archief - BIM basis ILS, handleiding ARCHICAD

      Zie hieronder de bijlage van het archiefbestand: 126: BIM basis ILS, handleiding ARCHICAD ILS IN NATIVE SOFTWARE ARCHICAD 21 Dit artikel geeft aanwijzingen over hoe met ARCHICAD 21 aan de Basis Informatie Levering Specificatie (ILS) kan worden ...
    • KeyMemberdag 2018 - BIM tot in uitvoering

      BIM tot in uitvoering Gegeven door Lex Ransijn, zelfstandig ondernemer Zie de presentatie in de bijlage van dit artikel.
    • Werken met meerdere disciplines in een BIM project

      Waarom worden BIM modellen uitgewisseld? In nagenoeg alle bouwprojecten wordt er met verschillende BIM applicaties gewerkt. De modellen van de diverse disciplines bevatten echter informatie die belangrijk kan zijn voor andere disciplines. Om een ...